Welkomstgedicht voor Peter Holvoet-Hanssen
Er is een man die ieder jaar de haven binnen vaart
onder veel gejoel en geklap, steunend op een staf
met een mijter waar het kruis verboden schijnt
met knechten van een bedenkelijk allooi
die alleen cadeaus bij nacht en ontij geeft
of ongezien om de deur gooit
en waar de kinderen bang voor zijn
Maar jij was allang in de haven
met je eigen haar, dag na dag
je was al dichter van de stad voor je stadsdichter werd
We waren op een feest
Je zei dat je niemand kende
Dat je onze uitgever niet aan durfde spreken
Maar je was al beroemd voor de mensen je kenden
een vreemde, een zoon
En dan: de Faraox92s waren bang voor het vreemde volk
dat ze als slaven binnengehaald hadden
ze stuurden ze terug de woestijn in
en werden door een volk uit eigen land overmeesterd
Je was al vrij voor we gevangen werden
Bevrijd mij van mijn kleinburgerlijke angst
bevrijd ons van wat niet kan gebeuren
en ik zal je lezen als mijn ogen
met een stoomschip vertrokken zijn

22 November 2009 at 11:41
Edelbeste, hier PHh (helaas met twee akelige s-en), echt bijzonder hartverwarmend, een
hele opsteker, en wat een mooie
slotregels van het gedicht. Hier moet een woordenkaper (geen Piet Piraat of post-post-te-laat-modernist) van blozen… Dank en alle goxe9ds voor u(w poxebzie) -
22 November 2009 at 11:42
Edelbeste, hier PHh (helaas met twee akelige s-en), echt bijzonder hartverwarmend, een
hele opsteker, en wat een mooie
slotregels van het gedicht. Hier moet een woordenkaper (geen Piet Piraat of post-post-te-laat-modernist) van blozen… Dank en alle goxe9ds voor u(w poxebzie) -
22 November 2009 at 14:22
Heel graag gedaan en excuus voor de ene s die in het enthousiasme even bleef liggen.